Stof bij naam ( uit de lexicon van de Detex)


Hieronder vindt u een omschrijving van alle stoffen naar type en naam in alfabetische volgorde:

Ajour Stof met regelmatig over het doek verspreide openingen, ontstaan door een speciale weef- of breitechniek.

Alcantara Handelsnaam voor een stof, die bestaat uit een homogene laag ultrafijne synthetische vezels die op een speciale wijze gebonden zijn. Het uiterlijk van de stof lijkt veel op chamois-leder.

Alpaca Stof geheel of gedeeltelijk vervaardigd van alpacawol.

Angora
 Zachte, harige stof gemaakt van angorawol. Angora is het haar van een angorakonijn.

Astrakan
Een imitatie van persianer. (Persianer' is de naam van een bontsoort).

Ausbrenner
Stof gemaakt van verschillende grondstoffen, waarbij één van de grondstoffen door een oplosmiddel plaatselijk wordt verwijderd, zodat een kantachtig weefselontstaat. Deze stof wordt ook wel dévorant genoemd.

Babyroy
Inslagpoolweefsel met zeer fijne lengteribbels.

Badstof
Stof geweven of gebreid met een één of tweezijdig lussendek, verkregen door een extra garenstelsel.

Badstof velours
Badstof weefsel met één of tweezijdig doorgesneden lussen, waardoor een fluweelachtig uiterlijk ontstaat.

Bajadere
Geweven stof met dwarsstrepen, die verschillend van breedte en van kleur zijn.

Bakkersruit
Zie koksruit.

Bannockburn
Meerkleurig, kamgaren weefsel van hard getwijnde moulinégarens en hard getwijnde uni-garens.

Barathea
Kamgaren weefsel met een korrelig uiterlijk, ontstaan door een satinébinding (afleiding van de satijnbinding). Deze stof wordt ook wel grain de poudre genoemd.

Batist
Dun, min of meer doorschijnend, zacht, katoenachtig weefsel in platbinding.

Beiers bont
Een katoenachtige ruitstof met lancé in ketting en inslag.

Black watch
Zie Schotse ruit.

Bernberg zijde
Merknaam voor een stof, vervaardigd van cupro filamentgarens.

Bengaline
Zijde-achtig weefsel van filamentgarens met middelfijne dwarsribbels.

Birdseye Stof met kleine, ruitvormige figuurtjes, die enigszins aan een vogeloogje doen denken.

Borken crêpe
Een crêpe weefsel met een boomschorsachtig uiterlijk, ontstaan door het gebruik van overdraaide garens in één richting.

Bouclé
Stof vervaardigd van lussengarens.

Bourette
Oorspronkelijk zijden stof, gemaakt van onregelmatige zijden garens. Tegenwoordig worden deze stoffen veel geïmiteerd.

Boutonné
Stof, gemaakt van knopengarens.

Brabants bont
Stof met een blokkenmotief, ontstaan door het gebruik van groepen witte en gekleurde garens in ketting. en inslagr ichting.

Brokaat
Stof met jacquardpatronen, versierd met metaaldraden.

Broché
Een weefsel met kleine figuurtjes, ontstaan door extra meegeweven draden in inslagrichting. Eveneens: korsetstof met kleine glanzende damastpatronen.

Brodé
Algemene benaming voor stoffen met borduureffekten.

Broderie
Open borduurwerk op o.a. batist. De anglaise randen van de uitgesneden openingen zi jn gefestonneerd.

Brushed nylon
Een geruwde tricot van filamentgarens, waarbij filamenten door het ruwen als lusjes ui t de stof steken.

Cachemir
Dessinaanduiding voor een Perzisch palmbladmotief. (Paisly) Eveneens: stof gemaakt van cachemirhaar.

Camel
Stof, gemaakt van kameelhaar. Ook duidt men kameelkleurige stoffen met de naam camel aan.

Canvas
Grof, op zeildoek lijkend weefsel in platbinding.

Capiton
Zie watté.

Carreaux
Franse benaming voor stof met een ruitdessin.

Cavalry twill
Sterke stof met een dubbelsporig steilkepereffekt.

Chambray
Denim-achtige stof in platbinding met een onregelmatig kleuruiterlijk.

Changeant
Stof met een meerkleurig weerschijneffekt, ontstaan door het gebruik van verschillend gekleurde ketting- en inslaggarens.

Chappe
Algemene benaming voor stoffen vervaardigd van chappezijde.

Charme laine
Wolachtig kamgaren versterkt weefsel, in crêpeachtige satijn en/of in een fijne diagonaal, waarvan zowel linker als rechterkant als goede kant te gebruiken zijn.

Charmeuse
Een kettingtricot van filamentgarens. De voorkant vertoont rechtse steken de achterkant horizontale dwarsribbeIs.

Check
Engelse benaming voor stoffen met een ruitdessin.

Chenille
Stof vervaardigd van chenillegarens, of een stof, waarin polen getuft zijn (chenille spreien).

Cheviot
Een sterke, ruige, wollen stof.

Chevron
Stof waarin de keperlijn afwisselend op en neer loopt. Andere benaming hiervoor zijn: visgraat en herringbone.

Chiffon
Benaming voor een soepele, dunne stof van hard gedraaide garens.

Damast
Algemene benaming voor stoffen met jacquardpatronen, verkregen door afwisseling van ketting- en inslageffekt.

Dégradé
Is een aanduiding voor stoffen die in aflopende kleuren geverfd of bedrukt zijn.

Deken
Tweezijdig geruwde volumineuze stof.

Délavé
Is een aanduiding voor stoffen die geverfd zijn met kleurstoffen die in de was fletser worden.

Denim
Stevige katoenen stof in kettingkeper; meestal gekleurde ketting en witte inslag.

Dévorant
Zie ausbrenner.

Diagonaal
Algemene benaming voor schuin- , over-de-stof-lopende strepen.

Dirndl
Klederdrachtstoffen met kleine, bonte patronen.

Donegal tweed
Tweedstof genoemd naar een streek in Noord-Ierland. De stof is geweven in platbinding met verschillend gekleurde noppengarens.
(Zie tweed.)

Donsdrillikeper
Een soepele drill voorzien van een donsdichte coating.

Donsperkal
Een perkal voorzien van een donsdichte coating.

Donstricot
Geruwd breisel (o.a. trainingspakken).

Double chain
Weefsel met twee verschillend gekleurde kettingdraadstelsels boven elkaar. Door wisseling van deze stelsels ontstaat een eenvoudig twee
kleurig patroon. Op dezelfde plaats is de boven- en onderkant van de stof verschillend van kleur.

Double face
Algemene benaming voor dubbelweefsels of versterkte weefsels, die aan voor- en achterkant verschillend van uiterlijk zijn, maar waarvan beide zijden van de stof als goede kant te .gebruiken zijn.

Etskant
Katoenen kant, verkregen door met katoen te borduren op bijv. een wollen stof; daarna lost men de wol op zodat de katoen achter blijft.

Eyelet
Tricotstof met ingebreide openingen.V

Faconné
Stof met kleine weefdessins.

Faille
Zijdeachtige stof van filamentgarens met fijne dwarsribbels.

Fiber fill
Volumineus vezelvlies van synthetisch materiaal.

Fil a fil
Een stof met een fijn gespikkeld patroon. De binding is plat. De ketting bestaat afwisselend uit één wit en één gekleurd garen, de inslag uit witte garens.

Flanel
Eén- of tweezijdig geruwde katoenachtige stof in keper- of platbinding.

Flannel
Een algemene benaming voor licht gevolde en soms licht geruwde wollen stoffen met een kort viltdek.

Flausch
Een volumineuze, losse, wollen stof met een lang, los en verward haardek. Licht gevold en sterk geruwd.

Flockprint
Stof met fluweelachtige patronen van op de stof gelijmde vezels.

Fluweel
Stof met een oppervlak van rechtopstaande, katoenen poolpluizen, verkregen door het doorsnijden van extra meegeweven inslag- of kettingdraden.

Foulard
Soepele, zijdeachtige stof van filamentgarens in gelijkzijdige keperbinding.

Franse flanel
Halfwollen geschoren flanel. De grondstof is wol of katoen. Een bekend merk is Viyella.

Fresco
Veerkrachtige, poreuze kostuumstof van hooggetwijnde wollen kamgarens, (vaak moulinégarens) in platbinding. Fresco is zwaarder dan tropical.

Frotté
Stof met een oppervlak van kleine lusjes, vervaardigd van katoenachtige lussengarens.

Gabardine
Dicht-geweven, kale stof, met een fijn enkelsporig steilkepereffekt.

Georgette
Zie crêpe georgette.

Gerstekorrel
Stof geweven in een afleiding van de platbinding, waardoor plaatselijk lange flotteringen zijn ontstaan. 

Givrine
Zijdeachtige stof met fijne, golvende dwarsribbels.

Glasbatist
Katoenen batist, die door een korte behandeling met zwavelzuur een doorschijnend uiterlijk heeft gekregen en stijf aanvoelt. (Dunner en stijver dan batist.)

Glorialinnen
Een geverfde graslinnen.

Grain de poudre Zie barathea.

Granité Grof, crêpe-achtig weefsel, ontstaan door een crêpe- of granietbinding.

Graslinnen Gebleekte en meestal gepapte, katoenen stof in platbinding. Deze naam mag officieel niet meer gebruikt worden.

Haardoek Veerkrachtig weefsel vervaardigd van geite- en koehaar vermengd met grove wol.

Haarstreep Stof met hele smalle lengtestreepjes.

Haircord Stof met smalle, ingeweven lengteribbels.

Harris tweed Gedeponeerde handelsnaam voor een Schotse tweed. De stof is te herkennen aan de niet aangeverfde stugge haren (kemps). De stof wordt niet geruwd en niet geschoren. (Zie tweed.)

Home spun Grove tweed van onregelmatige garens.

Honan Stof, vervaardigd van de zijde van wilde zijderupsen. Deze stof heeft een enigszins onregelmatig uiterlijk.(Zie shantung.)

Hopsack Engelse naam voor kostuumstoffen in panamabinding.

Iers linnen Grove, linnen of halflinnen stof in platbinding.

Imprimé Algemene benaming voor bedrukte stoffen.

Intarsia Breisel met ingebreide patronen die aan weerskanten van de stof gelijk zijn.

Interlock Inslagbreisel bestaande uit twee door elkaar gebreide ribtricots. De linkeren de rechterkant van de stof vertonen rechtse steken. Interlock wordt ook wel dubbeltricot genoemd.

Jacquard Algemene benamIng voor stoffen met ingeweven of ingebreide patronen.

Jaspé Stof met een gespikkeld uiterlijk, gemaakt van jaspégarens. Jaspégarens zijn gesponnen uit twee verschillend gekleurde voorgarens. Qua uiterlijk lijkt deze stof veel op mouliné.

Jersey Algemene benaming voor gebreide bovenkledIngstoffen.

Kepervoering Katoenen voering in keperbinding (o.a. voor zakken van kolberts).

Knitted velours Breisel met een fluweelachtige pool; ook wel Nicky-velours genoemd.

Koksruit Katoenen stof voor bakkersbroeken. De binding is een afleiding van plat of panama, waarbij in ketting en inslag blauwe en wi tte garens worden gebruikt, waardoor een windmoleneffekt ontstaat.

Kraagvilt Vilt voor onderkragen.

Kraanoog Afleiding van spitskeper, heeft ruitachtige patroontjes.

Krinkel Stof met ingebrachte onregelmatige plooitjes.

Laine des Pyrénées  Ruige, langharige, soepele stof; zeer open geweven of gebreid. De grondstof was oors pronkelijk wol, tegenwoordig vaak acryl.

Lakdoek Stof met een opgespoten laklaag.Deze stof is waterdicht.

Laken Kaardgaren stof, gevold en geruwd, met een in-één-richting-gestreken, zeer kort geschoren haardek.

Lama curl Poolweefsel met een kort, gekruld haardek van wol, mohair of lama.

Lamé Weefsel, versierd met metaalgarens.

Lancé Aanduiding voor een stof met extra meegeweven versierdraden; deze draden behoren niet tot het grondweefsel.

Lingerie zijde Algemene benaming voor dunne stoffen in platbinding.

Links links Een inslagbreisel, dat in niet uitgerekte tricot toestand, aan beide zijden linkse steken vertoont. Uitgerekt ziet men horizontale rijen rechtse en linkse steken.

Loden Gevolde, wollen stof, met een naar één richting geruwd vezeldek. Voor mindere kwaliteiten worden ook veel blends gebruikt. Loden stoffen zijn geïmpregneerd redelijk waterafstotend.

Lurex Handelsnaam voor metaalgarens. Een stof van deze garens noemt men eveneens Lurex.

Madras Streep- of ruitstoffen van onregelmatig gesponnen, meestal somber gekleurde garens.

Manchester Een zware en slijtvaste ribfluweel, met ribbels en een pool in de kettingrichting. Manchester is minder soepel dan corduroy.

Mantelvelours Dikke, wolachtige, sterk gevolde en geruwde stof met een kort, dicht vezeldek.

Marquisette Open vitrage-stof, geweven in slingerdraadbinding of gebreid in kettingtrcot.

Matelassé In patronen doorgestikte, gewatteerde stof.

Piqué Katoenachtige stof met patronen. De patronen ontstaan door het gebruik van vuldraden.

Matting Een kostuumstof in panamabinding.

Mélange Stof, vervaardig van mélange-garens.Deze garens zijn gesponnen van verschillend gekleurde vezels en hebben daardoor een onregelmatig gekleurd uiterlijk.

Melton Sterk gevolde niet geruwde, maar wel licht geschoren wolachtige stof. Melton heeft aan beide zijden een viltdek. De binding is niet te zien.

Milano rib Dubbeljersey, de voor- en achterkant zijn gelijk, met aan weerzijden grovere dwarsribbels dan Punta Di Roma.

Mohair Stoffen, vervaardigd van garens, waarin mohair voorkomt.

Moiré Ribstof, waarin door de moirékalander een gevlamd dessin is geperst. Het dessin kan door middel van kunstharsen of door stabiliseren gefixeerd worden.

Molton Grove, dikke, katoenen stof; aan beide zijden geruwd. 

Mouliné Stof met een fijn gespikkeld uiterlijk, vervaardigd van moulinégarens.

Mousseline Zachte, soepele stof, vervaardigd van fijne, zachte (kam)garens in platbinding.

Multicolor Meerkleurige (minimaal drie kleuren) stof.

Naaibreistof Doorgestikt vezelvlies.

Natté Stof in panamabinding.

Nettricot Kettingtricot met grove openingen.

Nicky-velours Zie knitted velours.

Nomex Handelsnaam voor brandvertragende polyamide.

Noppé Stof geweven van garens met gekleurde vezelpropjes.

Oliedoek Katoenachtige stof voorzien van een waterafstotende olie-achtige coating.

Ombré Stof met geleidelijk in elkaar overgaande kleuren.

Organdi Een glasbatist, voorzien van patronen.

Organza Een op glasbatis lijkend weefsel, vervaardigd van kunstmatige filamentgarens.

Ottoman Zijdeachtige stof van filamentgarens met vrij brede dwarsribbels.

Oxford Stof in platachtige binding, waarbij echter steeds twee kettingdraden naast elkaar één inslagdraad kruisen.De inslag is wit, de ketting meestal gekleurd.

Paardehaar Haardoek met in de inslag zowel garens van haar, als omtwijnd paardehaar. Deze stof wordt gebruikt voor plastrons (binnenwerk op borsthoogte).

Paisley Dessinbenaming voor een Perzisch bladmotief.

Panama Poreus weefsel in panama of matjesbinding (dubbelplat). Panama is fijner dan hopsack of matting.

Peau de pêche Katoenachtige stof met een fluweelachtige uiterlijk, verkregen door ruwen en borstelen. De stof wordt meestal in keper- of versterkte satijnbinding geweven.

Pellen Weefsel met rechthoekige patronen, verkregen door afwisseling van ketting- en inslageffekt (bindingwisseling). De binding kan keper of satijn zijn.

Pepita Verzamelnaam voor stoffen in platbinding met kleine, vierkante, tweekleurige ruitjes, die even groot zijn.

Perkal Zeer dicht geweven stof in platbinding. Deze stof wordt gebruikt voor lakens en dekbedovertrekken.

Pickwick
Kamgaren stof in keperbinding. In ketting- en inslagrichting wordt afwisselend één donker- en één licht garen gebruikt, waardoor een links opgaand trapvormIg dessIn ontstaat. Deze stof wordt ook wel aangeduid met de naam "pick and pick".

Pied de poule
Dessinbenaming voor een ruitachtig pied de cocq patroon met uitsteeksels, dat aan een pied de cygne kippepoot doet denken, ook wel windmolendessin genoemd. De binding is keper. Grotere uitvoeringen van dit dessin noemt men: pied de cocq en pied de cygne.

Pinhead Stof met een fijn gespikkeld uiterlijk,ontstaan door éénkleurige ketting en afwisselend donkere en lichte inslagen te gebruiken of mgekeerd.

Piqué Stof met een ruitvormig wafeldessin in reliëf. Om het reliëf te versterken, worden aparte piqué kettingdraden en vulinslagen gebruikt.

Piqué jersey Vangbreisel met een klein wafeleffekt.

Pitjes katoen Stof van ongebleekte katoen, waarin de restanten van de katoenzaden nog voorkomen en zichtbaar zijn.

Geplateerd Een versterkt of verzwaard enkelvoubreisel dig inslagbreisel. Voor- en achterkant is meestal qua uiterlijk of gebruikseigenschap verschillend.

Plissé Aanduiding voor stoffen met smalle permanent ingeperste plooien.

Pluche Poolweefsel met vrij lange pool. Tegenwoordig wordt pluche vaak "teddy" genoemd.

Plumetis Batist, versierd met kleine, harige figuurtjes.

Pocketing Algemene benaming voor broekzak voering.

Pointillé Stof met een klein stipdessin.

Pongé zijde Voeringstof in platbinding. Oorspronkelijk van zijde, tegenwoordig van acetaat of cupro.

Poplin Katoenachtige stof met fijne dwars ribbels, ontstaan door meer en dunnere ketting- dan inslaggarens per cm te gebruiken.

Poplin elastiek Geweven of gebreide, eenzijdig elastische foundationstof met een poplin uiterlijk.

Prince de Galles Engelse ruit, gevormd door gekleurde lijnen. Op de kruisingen van de lijnen ontstaat een pied de poule dessin.

Punta Di Roma Dubbeljersey, voor- en achterkant zijn gelijk, met aan weerszijden fijnere dwarsribbeltjes, fijner dan bij Milanorib.

Raschel tricot Ingewikkelde kettingbreisels.

Ratiné Vrij dik weefsel, waarbij de uit geruwde vezels door friseren of ratineren tot nopjes in elkaar gedraaid zijn.

Rayé Algemene benaming voor lengtestrepen.

Reversible Zie double face.

Ribfluweel Algemene benaming voor inslagpoolweefsels.

Ribtricot Inslagbreisel met vertikale rijen rechtse en linkse steken.

Ringel Dessinbenaming voor breisels met verschillend gekleurde dwarsbanen.

Royal Stropdasstof in een gebroken ribsbinding.

Rubberized Waterdichte, ademende stof.

Satijn Algemene benaming voor stoffen in satijnbinding, zoals satin imprimé en satijnvoering.

Satijn elastiek Geweven of gebreide, eenzijdig elastische foundationstof met een satijneffekt.

Satin duchesse Dichtgeweven, gladde, glanzende kettingsatijn voor gelegenheidskleding.

Satin feutre Lingeriestof in kettingsatijnbinding. De ketting is van viscosefilamentgarens, de inslag van katoen. De stof is aan de achterkant geruwd.

Satin stitch Gebreide, tweezijdig elastische foundationstof.

Schotse ruit Aanduiding voor ruiten behorende bij bepaalde Schotse families "clan"-" checks" of, ruiten behorende bij bepaalde Schotse streken "glen checks".

Scrubbed denim Denim, die aan de goede kant is geruwd.

Seersucker Stof met gerimpelde strepen in de lengte van de stof.

Serge Algemene benaming voor weefsels in serge voering gelijkzijdige keperbinding. Deze naam wordt vooral gebruikt voor uni kamgaren kostuumstoffen en voor viscose voeringstoffen in keperbinding.

Shantung Algemene benaming voor stoffen van wilde zijde (zie honan).

Shetland Grove stof, meestal vervaardigd van mélange strijkgarens. De oorspronkelijke grondstof was Shetlandwol. (Zietweed.)

Shirting Witte, katoenen stof in platbinding, fijner van kwaliteit dan graslinnen.

Single jersey Dun breisel in plattricot voor bovenkleding.

Slingerdraad Stof waarin een slingerdraadbindingweefsel voorkomt.

Soie Franse benaming voor zijde.

Sparkling Stof met glinster-effekten.

Steppstof Zie wat té.

Streekvelours Stof met een in één richting gestreken vezeldek.

Stretch Algemene benaming voor elastische stoffen.

Taft Algemene benaming voor weefsels,vervaardigd van filamentgarens in platbinding.

Tartans Algemene benaming voor Schotse ruiten.

Teddy (voering) Bontimitatie in kettingfluweel met een lange pool (zie pluche). Volumineuze voeringstof vervaardigd als inslagbreisel met inleglont wordt ook wel borgvoering genoemd.

Tetra Dubbelweefsel met weefselwisseling.

Texturé Aanduiding voor stoffen van settextuurgarens.

Tinneroy Ribfluweel met smalle poolribbels in de lengte van de stof; de ribbels zijn smaller dan bij corduroy.

Travers Algemene benaming voor dwarsstrepen.

Tricot Algemene benaming voor gebreide stoffen.

Tricotine Een weefsel met een tricot-achtig uiterlijk, geweven in een dubbelsporig steilkepereffekt.

Tropical Lichtgewicht, uni stof van hardgedraaide kamgarens in platbinding.

Getufte stof Stof met door naalden ingebrachte lussen of polen.

Tule Geweven of gebreide stof met kleine zeshoekige openingen.

Tweed
Sterke, ruige, wollen stoffen vervaardigd van kaardgarens, gevold en niet geruwd. Bekende soorten zijn: Harris tweed, Shetland tweed, Donegal tweed en lrish tweed.

Twill Kale stof geweven in gelijkzijdige keperbinding.

Vangbreisel Zwaardere en/of dichtere ribtricot door opeenhoping van steken.

Velours Algemene benaming voor: kettingpoolweefsels. Tevens algemene benaming voor dikke, gevolde en geruwde mantelstoffen met een kort vezeldek.

Velours antique Poolweefsel met slubgarens in de inslag, waardoor een onregelmatige oppervlakte ontstaan.

Velours chiffon Poolweefsel met polen van filamentgarens. Deze stof heeft een hogere glans dan fluweel.

Velours damast Stof met grote jacquard patronen waarbij het inslageffekt eenzijdig is geruwd.

Velours de laint Geruwde, kaardgaren stof met een zeer dicht vezeldek en een min of meer fluweelachtig uiterlijk.

Velours de pam Een geplette velours chiffon

Velours rayé Kettingpoolweefsel, met een lengtestreep-effekt.

Velvet Kortpolige inslag- of kettingfluweel.

Verzet tricot Breisel met schuinlopende stekenrijen.

Vilt Ongeweven, sterke en dichte wollen stof, verkregen door wolvliezen te vervilten.

Visgraat Zigzag keper; opgaand kettingeffekt en neergaand inslageffekt.

Vistram Merknaam voor een kunstleer.

Viyella Merknaam voor een fijne, zachte flanel met een samenstelling van 55% wol en 45% katoen. (Zie Franse flanel.)

Vliesstof Stof waarin geen garens verwerkt zijn, maar uitsluitend vezels of filamenten. Bekende merken zijn: Vlieseline en Firet.

Voile Dunne, open en doorzichtige stof in platbinding, van fijne, hooggedraaide garens (voilegarens). De stof heeft een enigszins harde greep.

Voile damast Zie velours damast.

Wafelstof Stof met een wafelpatroon; het patroon wordt verkregen door lange en korte flotteringen zowel in ketting als in inslag toe te passen.

Watté Volumineuze stof, verkregen door twee stoffen met tussenliggende wattenlaag door te stikken.

Welliné Geruwde stof, waarvan het vezeldek in golvende lijnen in elkaar is gewreven door frisseren.

Wevenit Handelsnaam voor een zwaardere dubbeljersey, voor- en achterkant zijn niet gelijk.

Whipcord Stevige, kale stof met sprekend steilkepereffekt. De keperlijn is breed en enkelsporig.

Wide wale Inslagpoolweefsel, met zeer brede poolribbels.

Zandcrêpe Dun weefsel met crêpe-uiterlijk, verkregen door de crêpe- of granietbinding. De garens zijn normaal gedraaid.

Zeeduffel Zie duffel.

Zephir Bontweefsel van fijne garens met een meerkleurig ruitdessin.

Zibeline Stof met een inéénrichtinggestreken, glanzend, lang vezeldek.

Zijdelinnen Grove, op linnen gelijkende stof van viscose vezelgarens, met slubgarens in ketting en inslag.

Zwanedons Eénzijdig geruwde, katoenen keperflanel.

Waarom hier bestellen?

Goed advies
Laagste Prijs Garantie
Actueel aanbod
Geen verzendkosten!!
Snelle levering
14 dagen zichttermijn
Niet goed geld terug
Goede klantreviews

Altijd direct op de hoogte van de nieuwste produkten en de scherpste acties volg ons
dan via twitter
.

Telefonisch bestellen of
een goed advies,
klik hier

Klik hier voor de status
van uw bestelling